Kelvin Hilgeholt

Of bezeten het juiste woord is, luidt de vraag. Kelvin Hilgeholt denk eens na en knikt dan instemmend. „Dat klopt eigenlijk wel. Alle keuzes die ik maak, staan in het teken van mijn sport. Dan heb ik het niet alleen over training en bijvoorbeeld voeding, maar ook mijn relatie. Mijn vriendin weet ook dat sport op de eerste plaats komt.”

Die sport is niet zo’n bekende, de moderne vijfkamp. En dat te veranderen, is meteen een van de grote doelen van de oud-inwoner van Son en Breugel. Zijn enthousiasme en passie voor de sport is groot, het spat er vanaf op het terras op het sportcomplex Papendal, waar hij deels traint. Hij springt nog niet niet over de tafel heen om zaken te verduidelijken, maar veel scheelt het ook niet. Hij barst zowat uit elkaar van energie. En dan heeft ie er die dag al uren van training op zitten.

De 5 disciplines

de 5 disciplines

Bekendheid voor de sport en de olympische passie strijden om voorrang. „Naar de Spelen gaan, is misschien niet eens zozeer het doel, maar meer het middel om het maximale uit mezelf te halen.” En, is de redenering, dan volgt als vanzelf de interesse voor de sport. „Als ik meedoe in Londen, komt er meer interesse en zeker als ik ook nog eens goed presteer.” Bij dat promoten van de sport komt zijn studie commerciële economie, die hij tussen alle trainingen door ook nog eens volgde, hem goed van pas.

Als er een sport is die Olympisch is, dan is het de moderne vijfkamp wel. Pierre de Coubertin, de grondlegger van de Olympische Spelen, stond ook aan de basis van de moderne vijfkamp, die bestaat uit zwemmen, schermen, paardrijden, hardlopen en pistoolschieten. De modernevijfkamper is het ideaalbeeld van De Coubertin van de perfecte atleet, de ‘ideale Olympische sporter’. Bij Hilgeholt staat dan ook alles in dat teken. Zijn website, mailadres en twitteraccount zijn dan ook te vinden als Kelvin2012. Alsof het één geheel is.

Zijn eigen olympische droom werd geboren tijdens de gouden zwemraces van Pieter van den Hoogenband in Sydney 2000. „Dat wilde ik ook”, vertelt hij. Hij was toen een fanatiek zwemmer. Te fanatiek, want het bezorgde hem een schouderblessure die hem terugwierp. „Ik heb veel te veel getraind”, zegt hij. Tegenwoordig doet hij dat veel effectiever, met dank aan tal van coaches en raadgevers in de afgelopen jaren. „Ik ben vooral slimmer gaan trainen”, zegt hij. „Als ik toen had geweten wat ik nu allemaal weet, was ik nu waarschijnlijk veel verder geweest. Sportersintelligentie heet dat. Weten wat je doet, keuzes die je maakt onderbouwen. Pieter van den Hoogenband heeft dat, maar bijvoorbeeld ook Rens Blom, de polsstokhoogspringer van wie ik ook veel leer op dat gebied.”

Hij zocht ook in deze regio de top op trainingsgebied. Het bracht hem onder meer naar Oss (schermen bij Zaal Verwijlen), Zeeland (hardlopen bij Tonnie Dirks) en Uden (zwemclub Zeester en schietclub Doelbewust). Maar soms liggen de kansen dichtbij. Toen hij ontdekte hij dat op een steenworp afstand van Papendal een grootheid in zijn sport woonde: Stanislav Dobrotvorski, was contact snel gelegd. De voormalige Russische olympiër is inmiddels zijn trainer. „Van hem leer ik dat er vijf Kelvins moeten zijn. Mijn energie is er voor lopen en zwemmen, maar er moet bijvoorbeeld ook rust en kalmte zijn voor het schieten.”

Zo is hij zeer gericht bezig. Maar of het voldoende is om zich bij het topveld van deelnemers aan de Spelen te plaatsen? Zeker, dat kan, geeft hij aan. „En áls ik mij plaats, dan is er alles mogelijk. Onze kwalificatie-eisen zijn zo hoog, dat je dan ook serieus kansen hebt om hoog te eindigen.” En laat dat nou ook net de ideale manier zijn om zijn geliefde sport te promoten.